| Later…als ik groot ben. |
|
Titel: Later…als ik groot ben. Terwijl we bij de kapstok onze jassen aan en hoofddoekjes om deden, gluurde ik naar mijn moeder. Ze trok een laatje in de halkast open en bestudeerde de inhoud. Haar vingers graaiden niet maar pakten gracieus . Welke zou ze nemen? Ah, de zijden- bruin-met-oranje. Ja die was mooi en paste zo goed bij haar gloedjenieuwe hippe bruine jas. Ze boog zich over de vierkante sjaal en vouwde hem tot een driehoek. Eerst werd het een globale driehoek, daarna legde ze met zorg puntje op puntje. Vervolgens ging ze voor de spiegel staan. Beheerst legde ze de gevouwen sjaal over haar hoofd . Het midden van de driehoek exact boven op de haarscheiding. De zijkanten van de driehoek gingen over haar oren. En dan, als slagroom op het toetje, strikte ze zorgvuldig de sjaal onder haar kin, dicht. Later …als ik groot zou zijn, zou ik dat net zo doen als zij. Dan zou ik geen hoofddoekjes van katoen meer dragen maar echte glimmende zijden sjaals. Ik kijk naar het fotoboek op mijn schoot, wat ik zojuist van het tafeltje naast me pakte. Het tafeltje waarop een wit kleedje met roze roosjes ligt, rafeltjes langs de randen. Ik kijk naar de foto van drie gehoofddoekte meisjes naast hun perfect gehoofddoekte moeder, die langs de kant van de weg naar het jaarlijkse bloemencorso staan te kijken. Dat waren de zestiger, begin zeventiger jaren. Hoofddoekjes waren ín. Nu is het later… Hoofddoekjes zijn bepaald niet in. Sterker, er zijn mensen die ze koppelen aan terroristische praktijken… Mutsen zijn wel in. Sterker, er zijn mensen die ze zelfs bínnen op houden.
|



