| Verloren onschuld |
|
Titel: Verloren onschuld Terwijl pappa en ik aan het werk waren, zette de slager het vlees bij ons in de ijskast.’ Dit verhaal van mijn moeder blijft me boeien. Mijn moeder vervolgt: ‘Ik schreef alles wat ik nodig had in de boodschappenboekjes voor de slager, de groentenman en de bakker. Deze boekjes legde ik bij de achterdeur neer en zij legden de boodschappen in de ijskast of op het aanrecht. Eens in de paar weken rekenden we af.’ Enthousiast roept ze uit: ‘Het zou voor de huidige werkende ouders een uitkomst zijn... hebben ze meteen die boodschappenauto niet meer nodig.’ Ik denk na. Het hele gebeuren stond en viel met het feit dat de achterdeur gewoon open was. Dat kon toen. In diezelfde tijd ging ik met mijn ouders eens per jaar naar Paleis Soestdijk. Nou ja, niet naar binnen hoor, maar op 30 april stonden wij ergens aan de rand van het enorme grasveld en keken naar het défilé. De hele stoet dansende Surinaamse vrouwen met prachtige kleding, de Zeeuwse afgevaardigden, ook in prachtige kleding, de scoutingjeugd, alles trok aan ons voorbij. Aan het einde van de ochtend begonnen de geruchten zich te verspreiden. ‘Een rijtoer...?’ Iedereen bleef, lang nadat het défilé afgelopen was, staan wachten. Enkele jaren vergeefs, maar toch regelmatig werd het wachten beloond en reden Juliana met haar Bernhard en soms nog wat leden van het koningshuis, in een koets voorbij. Vrolijk zwaaiden we naar elkaar. Dat kon toen. Mijn eigen kinderen kijken naar de televisie en zien beelden van een auto die op Koninginnedag op een mensenmenigte inrijdt. Ze zien gewonden en doden vallen. Ze horen een man die staat te roepen tijdens Dodenherdenking en zien huilende ouders die hun kinderen die onder de voet gelopen zijn, proberen te troosten. Ik realiseer me dat ook ik straks aan mijn eigen kinderen zal vertellen over vroeger... toen Nederland nog relaxed was en er van alles kón. |



